Vorige vrijdag is professor Guido Fauconnier overleden. Hij was de grondlegger van de communicatiewetenschap in Vlaanderen en een geïnspireerd lesgever:
'Communicatiewetenschappen is een heel jonge studierichting. De eerste helft van mijn carrière heb ik me vooral beziggehouden met het verder ‘opvullen’ van de onderwijsinhoud. Ik heb in die tijd nogal wat ‘leerboeken’ geschreven. Het vakgebied moest afgebakend worden, en het departement moest zijn bestaansrecht nog verdedigen. Men zag ons een tijdlang te veel als ‘iets journalistieks’. Het is pas toen de communicatie- en media-industrie echt groot werden en een grote maatschappelijke, culturele en economische invloed kregen, dat men begon te beseffen dat een studie van dat domein toch wel eens zinvol kon zijn.'
'Waar ik me soms wel over opwind, is de blijkbaar onstuitbare opmars van het Engels als wetenschapstaal. Jongeren publiceren niet meer in het Nederlands, ‘want dat brengt niks op’, in je publicatielijst stààt het niet, het oogt niet ernstig genoeg. In de exacte en de biomedische wetenschappen kan ik dat nog accepteren: daar is Engels nu eenmaal de lingua franca. Maar het gaat me een beetje te ver als er binnen de eigen muren een congres georganiseerd wordt met alleen Nederlandstalige aanwezigen, die uitsluitend in het Engels rapporteren, onder meer omdat ze daarmee beter scoren in hun curriculum vitae. Door je zo op te stellen, breng je je eigen cultuur en je eigen taal schade toe. En ik wil ook liever geen mailtjes ontvangen van Leuvense collega’s die eindigen met With the compliments of...'
Bron: interview in Campuskrant